De N.H. Sint-Victorkerk te Batenburg

Adres van de kerk: Kruisstraat 7, Batenburg
Openingstijden: Op afspraak via
de heer J. van de Bovenkamp, tel. 0487-542588
Tijden erediensten: eenmaal per twee weken
Dominee: ds. C. Wijnberg
Contactpersoon: De heer J. van de Bovenkamp,
Grootestraat 11, 6634 AC Batenburg, tel. 0487-542588

Ligging
Batenburg is gelegen in het land van Maas en Waal heeft en zeer aantrekkelijke dorpskom, aangewezen als beschermd stadsgezicht, met een fraaie Hervormde Kerk. Er is geen openbaar vervoer.

Gebruik
De kerk van Batenburg wordt vandaag de dag nog gebruikt voor diensten van de hervormde gemeente van Batenburg. Rondleidingen worden op verzoek gegeven door de koster van de kerk. Daarnaast is het kerkje te huur voor bruiloften, lezingen en concerten. In de kerk zijn enkele informatieve publicaties en curiosa te koop.

Geschiedenis
Volgens de legende zou de apostel der Lage Landen, Sint Willibrord, zelf de heer van Batenburg tot het christendom hebben bekeerd, en de oudste Batenburgse kerk zou dan ook aan hem zijn gewijd. In de middeleeuwen kreeg de kerk sterke banden met de dom van Xanten en daarmee werd ook Sint Victor de naamgever van de kerk. Het oorspronkelijke zaalkerkje is aan de westzijde uitgebreid tot de huidige ingangspartij. Halverwege de vijftiende eeuw (1443/44) slaagde Dirk II van Bronkhorst, heer van Batenburg erin via de aartsbisschop van Keulen de kerk te verheffen tot kapittelkerk met een deken en zes kanunniken. Het kapittel kreeg rechten en inkomsten uit de kerk en o.a. het patronaatsrecht over de kerken van Horssen en Maasbommel. In 1507 volgden nog enige privileges van hertog Karel van Gelre. Het kerkgebouw werd vergroot met twee zijbeuken. In de Tachtigjarige Oorlog kiezen de heren van Batenburg de kant van de Hervorming en Herman van Bronckhorst laat in 1566 de kerk plunderen. In 1600 wordt de kerk gebombardeerd door prins Maurits. In 1608 krijgt Batenburg zijn eerste predikant: Wilhelmus Isfordink.

De herbouw van het schip is in 1612 voltooid, de consistoriekamer in 1619, het jaar waarin ook de grafelijke grafkapel is ingericht. Het gotische koor werd niet opnieuw opgebouwd en de toren werd van een tentdak voorzien. Daarna breekt voor de Batenburgse kerk een periode aan van rust en stabiliteit. In de negentiende eeuw werden de toren en de westeinden van het schip van de rest afgescheiden en heringericht. De noordelijke ruimte kreeg aan de westmuur een schoorsteen en een schuifraam, waardoor ze bruikbaar werd als schoollokaal. Het schooltje kreeg een eigen ingang aan de noordkant met een portaaltje voor de klompen. In de Tweede Wereldoorlog diende de kerk als onderduikadres voor orthodoxe joden uit Amsterdam. Zij sliepen in het schooltje, verbleven overdag in de consistoriekamer en hielden contact met de tegenover liggende Custerie via signalen. Tijdens kerkdiensten verbleven ze op de zolder.

Exterieur/Interieur

Oorspronkelijk zaalkerkje, uitgebreid met ingangspartij met dichtgezette spitsboogvensters in de dertiende eeuw. Aan de oostkant werd de kerk uitgebreid met een gotisch koor en een uitbouw voor de sacristie. De twee zijbeuken, de noorderzijkapel en de inpandige toren stammen uit het begin van de zestiende eeuw. In 1714 werd tegen de zuidbeuk nog een portaaltje gebouwd. Een luidklok uit de achttiende eeuw werd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog versmolten. Het hout van de klokkenstoel werd hergebruikt als avondmaalstafel. De andere luidklok (17de of 18de eeuw) is nog aanwezig. Uit 1429 stamt de grafzerk van Gijsbert van Bronckhorst Batenburg en het romaanse doopvont is dertiende-eeuws. Een reeks fraaie rouwborden (1635-1756) getuigt nu nog van de relatieve rust waarin de kerk onder meer de Franse revolutie aan zich voorbij zag gaan. Ook de zeventiende eeuwse grafzerken bleven ongemoeid. Verder is meubilair (preekstoel, doophek, banken ‚ waaronder de gravenbank ‚ een lezenaar) nog uit de 17de eeuw overgebleven evenals het glas-in-lood-paneel boven het zuidportaal. Uit de achttiende eeuw dateren het De Crane-orgel (1770) met beeldhouwwerk van Petrus Verhoeven uit Uden en het hout van de avondmaalstafel (uit de klokkenstoel van de geroofde klok). Uit de negentiende en twintigste eeuw stammen de predikantenborden met de namen van alle predikanten sinds 1608. Het zeventiende-eeuwse uurwerk werd in 1910 vervangen.

naar boven

 

 

Voor het laatst bewerkt: 31 maart 2006